In de arm lopen vanaf de oksel 3 grote zenuwkabels, de nervus radialis, nervus ulnaris en nervus medianus. Elke zenuw zorgt voor een stuk gevoel en een stuk motoriek van de arm/hand. Hoe verder richting de hand, hoe meer afsplitsingen de zenuw heeft.
De precieze plaats in de arm of hand waar een wond of ander letsel zich bevindt bepaalt dus welke klachten je ondervindt. En of je bijvoorbeeld een stukje gevoel mist of ook een bepaalde beweging niet kan maken.
Als je een snijwond in de vinger heeft kan een gevoelszenuw geraakt worden. Je voelt dan minder in de helft van de vinger of in een groter deel van de hand, afhankelijk van de grootte van de snee. Het kan zijn dat er, naast een zenuw, ook een pees is geraakt in de vinger. Dan kan het zijn dat je ook de vinger niet goed kan buigen.
Zenuwletsel kan ontstaan door een ongeval. Dit kan een snij-, bijt- of zaagverwonding zijn. Maar kan bijvoorbeeld ook veroorzaakt worden door kortdurende beknelling, ontsteking of overmatige rek op de zenuw.
De handchirurg kan vaststellen of een operatie zinvol is. Als de zenuw bijvoorbeeld alleen gekneusd is en er geen vermoeden is op doorsnijding, dan hoeft er niet geopereerd worden.
De operatie wordt uitgevoerd onder plaatselijke of uitgebreide verdoving. De handchirurg maakt de bestaande wond vaak wat groter om vanuit gezond gebied de beschadigde zenuw op te zoeken. Bij een scherpe doorsnijding van de zenuw kan deze vaak gehecht worden. De handchirurg hecht dan beide uiteinden van de zenuw met een heel dun hechtinkje weer aan elkaar. Soms is een zenuwletsel rafelig, zoals bij een zaagverwonding of is er aan een deel van de zenuw getrokken, zoals bij een hondenbeet. In dit geval kan het zijn dat herstel soms gedeeltelijk of helemaal niet mogelijk is.
Het liefst opereren we een dergelijk letsel zo snel mogelijk of binnen 72 uur. Als een zenuwletsel toch langer geleden ontstaan is, is er soms nog herstel mogelijk. Dan kan er gebruik worden gemaakt van een deel van een zenuw uit een ander lichaamsdeel (daar waar je minder last hebt en deze zenuw beter kunt missen). Dit stukje zenuw wordt dan tussen de zenuwuiteinden gehecht.
Een gehechte zenuw mag de eerste weken niet onder spanning komen te staan. Indien het een zenuw in je arm of hand betreft, krijg je een drukverband en mitella om de arm hoog te houden en zwelling te voorkomen. Je wordt meestal verwezen naar de handtherapeut. Afhankelijk van het soort verwonding en de spanning die op de zenuwhechting staat, wordt na enkele dagen tot weken gestart met rustig oefenen. Meestal is de hand na 6 weken weer normaal belastbaar. Als er bijkomend letsel is (botbreuken, pezen, bloedvaten of andere zenuwen) wordt een revalidatie programma op maat opgesteld en duurt het langer voordat er normaal belast mag worden.
Als een zenuw gehecht is, duurt het vaak nog weken, maanden en zelfs wel meer dan een jaar voordat de zenuw weer helemaal functioneert. Hoe lang dit precies duurt is afhankelijk van de afstand van het letsel tot de spier of huid die de zenuw verzorgt.
Na deze ingreep kunnen de volgende complicaties optreden:
- Chronisch pijnsyndroom
- Infectie
- Bloeduitstorting
- Blijvend doof gevoel in het gebied van de zenuw
- Blijvende bewegingsbeperking van de spieren die bij de zenuw horen
Totdat de zenuw hersteld is, is de behandeling gericht op onderhouden van de beweeglijkheid van de gewrichten, oefeningen om de zenuw te laten glijden en het stimuleren van het gevoel. Als er ook uitval van spierenfunctie is, wordt geprobeerd verkorting van de spieren te voorkomen en de gewrichten te ondersteunen met behulp van een spalk. Wanneer de spierfunctie gaat herstellen zal er geoefend worden om deze spieren te stimuleren en te trainen. Je handtherapeut zal hier samen met jou een plan voor opstellen.
